Home / weblog

Coaching

Training

Sportbeleid

Sportmanagement

Sporteconomie

Sportmarketing

Nieuwe media

Sportwetenschap

 

Kennisdeling tussen sport, onderwijs en wetenschap

imageZowel sport als onderwijs staan te boek als twee werelden die behoorlijk conservatief zijn. Waar sport28.nl vanuit de sport op zoek is naar nieuwe mogelijkheden, zit gelukkig ook het hoger onderwijs niet stil. Zo presenteert het Instituut voor Sportstudies van de Hanzehogeschool Groningen vandaag het SportsFieldLab. Hier wordt die nieuwste technologie ingezet om bewegingen, fysiologie, tactiek en neuropsychologie in de praktijk te kunnen onderzoeken en ontwikkelen. Maar ook in de wereld van nieuwe media probeert de hogeschool met nieuwe mogelijkheden te komen. Hiertoe is er een nieuw interactief platform gelanceerd waar web 2.0, sport, onderwijs en onderzoek samen gaan: universityofsports.hanze.nl. Lees meer.

Sportonderzoekers ontdekken sport 2.0

Tijdens de ‘Dag van het sportonderzoek’ was er de mogelijkheid voor wetenschap en praktijk om elkaar te ontmoeten en kennis te delen. In een tiental parallelle sessies werden er presentaties gegeven door onderzoekers uit beide gescheiden werelden. Alle relevante thema’s uit de sport kwamen aan bod, zo ook het onderwerp nieuwe media. Nu is de wetenschap niet direct de doelgroep die als een early adopter van sociale media te boek staat. Zo bleken er maar enkele Tweeps in de zaal te zitten. Inhoudelijk gaf de sessie echter enkele opvallende inzichten. Zo blijkt sociale media door een grote groep mensen omarmd te worden, maar is er nog nauwelijks sprake van theorievorming rondom dit thema.

Waar bij eerdere sport- en nieuwe media congressen de nadruk voornamelijk ligt op de nieuwste toepassingen, werd er nu ook vanuit een andere optiek naar het onderwerp gekeken. Vooral Wilco de Graaf (docent HvA) en Janne Kuipers (afgestudeerde Hanzehogeschool Groningen) legden de nadruk op wat nieuwe media en sport allemaal voor mogelijkheden biedt. Kuipers liet zien wat het door Gijsbregt Brouwer ontwikkelde concept ‘Sport 2.0’ betekent. Hij legt de nadruk op de verbetering van sportbeleving door het gebruik van internet en mobiele technologie. Dit kan middels het halen van nieuws op internet, communities, tools en games. De beleving van het reguliere sportevenement kan hiermee worden verdiept, vergroot of verlengd. Als voorbeeld gaf Wilco de Graaf het medium Twitter, dat door veel topsporters gebruikt wordt om de connectie met de fans te versterken. Een nieuwe vorm van personal branding. Lees meer.

Top 10 ambitie: welk beleid is verstandig?

Top10Eind augustus werd het rapport ‘Nederland in de top 10, naar een winnend topsportklimaat" gepresenteerd. In het kader van het Olympisch Plan 2028 is onderzocht hoe Nederland de ambitie om tot de top 10 topsportlanden ter wereld te behoren kan realiseren.  Het gevolg? Veel aandacht in de media, enthousiasme uit de sportwereld (bijvoorbeeld Ton Boot en Richard Krajicek), maar ook sceptische reacties op de ambitie van sportbonden om in 2020 voor 82 Olympische medailles op de zomerspelen te gaan. Eigenlijk is het enorm zonde dat uiteindelijk alle aandacht uitgaat naar de 82 medailles, terwijl het rapport zo veel meer te bieden heeft.

Het onderzoek uitgevoerd in opdracht van het NOC*NSF had als doel het huidige topsportklimaat in Nederland in beeld te krijgen en dit te spiegelen aan een internationale benchmark. Betrokken bij dit onderzoek waren de vijfentwintig grootste sportbonden en daarnaast een ‘panel top 10’ bestaande uit oud-sporters, oud-coaches, wetenschappers, vertegenwoordigers van de bonden en het bedrijfsleven. Zij kwamen tot de conclusie dat een topsportambitie gelegitimeerd kan worden als zijnde een bijdrage aan nationale trots, een bron van inspiratie voor de Nederlander en een aanjager voor een vitale, trotse, sportieve, daadkrachtige samenleving. De top 10 ambitie is met recht enorm ambitieus te noemen. Tot op heden is het tijdens de Olympische zomerspelen alleen in Sydney gelukt om in de top 10 van de medaillespiegel te geraken. Tijdens winterspelen behoren wij wel structureel tot de top 10 landen. Er is echter ook sprake van een paradox. Sinds Nederland actief beleid voert op het behalen van Olympische medailles, komen wij bij de medaillespiegels juist minder goed naar voren. Dit kan twee dingen betekenen: of wij voeren niet het juiste beleid, of andere landen zijn nog succesvoller binnen de huidige medaillerace. Lees meer.

Zijn topsportevenementen goed voor de breedtesport?

BreedtesportNederland wil graag bekend staan als evenementenland. We willen graag WK’s, EK’s en het liefst ook de Olympische Spelen organiseren. Met het geslaagde EK voetbal in het achterhoofd denken we dat we goed topsportevenementen kunnen organiseren. Bovendien vinden we het leuk. Zonder steun van de politiek komen topsportevenementen echter niet van de grond. Hier komen andere argumenten om de hoek kijken. We moeten de economische meerwaarde kunnen aantonen, de implicaties voor het imago voor de stad of land en liefst ook de positieve gevolgen voor de breedtesportbeoefening. Joost Kock, student van de Hogeschool Arnhem Nijmegen, deed in opdracht van het Platform Sporteconomie onderzoek naar de meerwaarde van topsportevenementen voor de georganiseerde sport in Nederland.

Een groot topsportevenement zoals de start van een grote wielerronde of een WK of EK van een gerenommeerde sport vergt draagvlak van de lokale omgeving, ook bij mensen die minder affiniteit hebben met deze sport. Een veelgebruikte manier is het bewezen effect dat de bestedingen rondom het evenement vaak een economische impuls voor de regio met zich meebrengen. Naast deze economische impuls is een positieve uitwerking op de breedtesportbeoefening ook een manier om draagvlak te creëren. Van Bottenburg toonde jaren geleden al aan dat prestaties van topsporters geen lange termijn effect hebben op de breedtesporters binnen deze sport. Het zogenaamde ‘Ard-en-Keessie-effect’ bleek niet te bestaan. Sindsdien wordt algemeen aangenomen dat topsport en breedtesport twee losstaande entiteiten zijn, terwijl ze niet zonder elkaar kunnen. De prestaties van één bepaalde topsporter blijken geen lange termijn effect te hebben, maar hoe staat dit met de organisatie van een topsportevenement? Lees meer.

Ambush marketing bedreigt sportevenementen

Ambush marketingDe marketeers van Bavaria hebben natuurlijk goud in handen. Het begon met een flashmob op de tribune tijdens de voorbereiding van het Nederlands elftal, maar tijdens het WK groeide de ‘Dutch Dress’ uit tot de meest geslaagde marketingactie van het afgelopen WK. Het zal dan ook niemand verbazen dat Bavaria nog bezig is met een climax tijdens de huldiging van het Nederlands elftal a.s. dinsdag in Amsterdam. Het plan is om 750 vrouwen in de inmiddels beruchte jurkjes de - hopelijk - nieuwe wereldkampioenen te laten verwelkomen. Veel sportmarketeers zijn lovend over de ‘Bavaria case’ met de kanttekening dat je wel wat geluk moet hebben. Volgens Bob van Oosterhout is de grootste buzz namelijk te danken aan de FIFA en niet aan Bavaria zelf. Als echter het perspectief van de organisator genomen wordt, is ambush marketing minder origineel en creatief, het is juist een enorme bedreiging voor mega sportevenementen in de toekomst. Lees meer.

Zijn Olympische medailles te koop?

Waarom steken wetenschappers tijd en energie in het voorspellen van sportresultaten? Voor de Olympische Spelen in Vancouver was in verschillende kranten te lezen dat de Groningse economen Gerard Kuper en Elmer Sterken een tiende plaats in het medailleklassement voorspelden voor Nederland. Dat deze voorspelling uitkwam is natuurlijk aardig voor beide mannen, maar de vraag blijft waarom gemeenschapsgeld geïnvesteerd wordt in dergelijke onderzoeken. Als wij echter kijken naar de topsportdoelstelling van het NOC*NSF binnen het Olympisch Plan 2028, een structurele plaats in de top 10 van het medaille-klassement, kunnen de voorspellingen van economen wel degelijk van waarde zijn. Als economen de belangrijkste factoren weten te achterhalen die leiden tot Olympische successen, dan kan het sportbeleid hier ook op aangepast worden. Helaas blijken de voorspellingen echter nog niet zo stek te kloppen als de juist voorspelde plek tien doet vermoeden. En ook op het gebied van topsportbeleid is er nog een lange weg te gaan voor Nederland.

Medaillevoorspellingen voor Olympische Spelen zijn niet nieuw. Al jaren zet het Amerikaanse tijdschrift Sports Illustrated een team van kenners in om medailles te voorspellen op basis van favorieten voor de verschillende onderdelen. Sinds enkele jaren zijn daar ook wetenschappers bij gekomen die op basis van econometrisch modellen die rekening houden met de historische successen tijdens de Spelen, de bevolkingsomvang, het inkomen per hoofd, de resultaten van recente wereldkampioenschappen en thuisvoordeel van deelnemende landen proberen te voorspellen hoe goed een land gaat presteren. Tot en met de Spelen in Turijn waren deze modellen nog niet zo ver ontwikkeld, de inhoudelijke kenners van Sports Illustrated kwamen dichter bij het uiteindelijke resultaat. In Peking voorspelden Kuper en Sterken echter ineens beter dan Sports Illustrated. Zou hun economische model zo goed aansluiten op de bepalende factoren in topsport? Lees meer.

Side-events toegevoegde waarde?

Dikke banden raceMet het Olympisch Plan 2028 heeft Nederland de ambitie uitgesproken om meer topsportevenementen te organiseren. Om dit te realiseren werkt het NOC*NSF aan een evenementenkalender. Zo probeert men te voorkomen dat er steden met elkaar gaan concurreren voor een bepaald bid, ook kan voorkomen worden dat wij bijvoorbeeld drie grote wielerronden in één jaar hosten, waardoor we de jaren hierna waarschijnlijk voorlopig droog staan. Een andere doelstelling van het Olympisch Plan is verhogen van de breedtesportparticipatie. Maarten van Bottenburg ontkrachtte jaren geleden al dat topsport niet de breedtesportaanjager is zoals veel mensen verwachten. Toch worden vrijwel alle grote topsportevenementen vergezeld van side events die gericht zijn op breedtesport of participatie. Zijn deze side events van toegevoegde waarde, of kunnen wij topsport en breedtesport beter geheel van elkaar scheiden? Lees meer.

Hogescholen kunnen rol spelen in OP2028

Olympische medaillesWaar een klein land groot in wil zijn. Volgens velen zal het een onmogelijke opgave zijn voor een klein land als Nederland om ooit nog de Olympische Spelen te organiseren. Toch lijkt het Olympisch Plan veel bijval te krijgen, vooral door de opvallende strategie die gekozen is. Waar in de meeste landen de Spelen pas gaan leven als er een bid gemaakt wordt, werkt Nederland op een veel langere termijn. De Hanzehogeschool Groningen vindt dat zij met het Instituut voor Sportstudies hier een belangrijke verantwoordelijkheid in heeft. Maar zijn de Olympische Spelen in Nederland realistisch? Vaak wordt er verwezen naar een ander klein land qua inwonersaantal, Australië, dat het ook voor elkaar kreeg. Hierbij is echter een kritische noot op haar plaats.

Juist door de aanpak die gekozen is, met acht Olympische ambities gericht op de lange termijn (zie kader), kunnen de hogescholen in Nederland een grote bijdrage leveren. De topsporters van 2028 komen nu in het basisonderwijs. De vakleerkrachten die nu afstuderen kunnen dus nog een belangrijke invloed op deze kinderen hebben. Maar de bijdrage kan verder gaan dan alleen het verbeteren van het bewegingsonderwijs. De coaches die nu opgeleid worden komen dan wellicht in een fase van hun carrière dat zij topsporters begeleiden. De sportmanagers die nu afstuderen zullen in 2028 de spelen moeten organiseren. Naast onderwijs speelt een hogeschool ook een belangrijke rol als kennisinstelling. Door te participeren in projecten en onderzoeksprogramma’s kan bijgedragen worden in de verschillende Olympische ambities. Lees meer.  

Economische evaluatie La Vuelta Drenthe

Vuelta DrentheMet het oog op het Olympisch Plan is één van de belangrijkste bouwstenen dat Nederland ervaring opdoet met het organiseren met grote sportevenementen. Er zijn natuurlijk de bekende plannen voor het WK voetbal in Nederland en België. Maar dit jaar staat voornamelijk in het teken van wielrennen. Na de start van de Vuelta in Drenthe, zal dit jaar ook de Giro d’Italia en de Tour de France in Nederland starten. Wat heb je echter aan ervaring als er niks van geleerd wordt? Om dit te ondervangen is er het de Werkgroep Evaluatie Sportevenementen. Zij onderzochten onder meer de economische impact van de Vuelta op de provincie Drenthe en zullen in de toekomst meer van dergelijke onderzoeken doen (o.a. de Giro en de Tour). SportFM sprak met initiator Egbert Oldenboom van deze werkgroep.

Inmiddels wordt het als een feit gepresenteerd: grote sportevenementen leveren geld op. Maar dit is natuurlijk niet zo vanzelfsprekend. Evenementen vergen namelijk ook een forse investering. Als een organisator wil weten of een evenement daadwerkelijk rendement oplevert, dan moet dit onderzocht worden. De Werkgroep Evaluatie Sportevenementen (WESP) is een samenwerkingsverband van meerdere hogescholen met onder meer vertegenwoordiging van het NOC*NSF en enkele organisatoren.  “ De missie van de WESP is gericht op de verhoging van de kennis over de effecten van sportevenementen, “ geeft Oldenboom aan. “Als gemeenten of provincie een verzoek krijgen om mee te betalen aan de organisatie van een groot sportevenement, dan kunnen wij hen middels onderzoek ondersteunen. Uiteindelijk moet onderzoek bijdragen aan de professionalisering van de organisatie van sportevenementen.” Lees meer.

Kunnen communities de fitnessbranche redden?

Fitness communityHet is nog niet zo lang geleden dat binnen de fitnessbranche de bomen groeiden tot aan de hemel. Het starten van een fitnesscentrum stond garant voor commercieel succes. Mensen worden namelijk steeds individueler ingesteld, stellen hogere kwaliteitseisen en vinden gezondheid en er goed uitzien steeds belangrijker. Allemaal facetten waar onze ouderwetse sportvereniging matig op scoort en de ondernemer dus terecht kansen zag. Maar zoals het binnen een vrije markteconomie betaamt wordt een markt vanzelf volwassen. Inmiddels groeit het aantal nieuwe ondernemingen sneller dan de vraag uit de markt. Prijsconcurrentie begint steeds belangrijker te worden. En dankzij de crisis zeggen steeds meer mensen hun lidmaatschap op. Alleen de budgetfitness concepten groeien nog steeds. Uit onderzoek blijkt dat de fitnessbranche vooral enorm laag scoort op retentie; gemiddeld raken de centra jaarlijks dertig tot vijftig procent van hun bestaande klanten kwijt! De enorme sales inspanningen: het is dus werven met de achterdeur open. Lees meer.

Voetballers moeten juist Twitteren

Voetballers twitterGregory van der Wiel van Ajax kwam vorig jaar tweemaal in opspraak vanwege tweets: één keer vanwege stapgedrag tijdens een trainingskamp, later vanwege een concertbezoek na een afmelding bij het Nederlands elftal. Van der Wiel besloot te stoppen met Twitter. Dat de combinatie voetballers en Twitter nog niet echt op gang komt blijk uit ook het verbod dat Ryan Babel kreeg van Liverpool trainer Benitez. Dit was naar aanleiding van kritiek op de toch al onder vuur liggende trainer.

Manchester United wil dit alles voorkomen. De perschef aldaar heeft Twitter verboden voor alle spelers. Waar wielrenners, schaatsers en andere sporters er rustig op los twitteren, krijgen voetballers het zwijgen opgelegd. Dit terwijl juist de voetballers waarde aan hun clubs kunnen toevoegen middels Twitter. De perschef zou het zelfs of juist moeten verplichten, denk ik! Lees meer.

Oudere weblogs