Waarom steken wetenschappers tijd en energie in het voorspellen van sportresultaten? Voor de Olympische Spelen in Vancouver was in verschillende kranten te lezen dat de Groningse economen Gerard Kuper en Elmer Sterken een tiende plaats in het medailleklassement voorspelden voor Nederland. Dat deze voorspelling uitkwam is natuurlijk aardig voor beide mannen, maar de vraag blijft waarom gemeenschapsgeld geïnvesteerd wordt in dergelijke onderzoeken. Als wij echter kijken naar de topsportdoelstelling van het NOC*NSF binnen het Olympisch Plan 2028, een structurele plaats in de top 10 van het medaille-klassement, kunnen de voorspellingen van economen wel degelijk van waarde zijn. Als economen de belangrijkste factoren weten te achterhalen die leiden tot Olympische successen, dan kan het sportbeleid hier ook op aangepast worden. Helaas blijken de voorspellingen echter nog niet zo stek te kloppen als de juist voorspelde plek tien doet vermoeden. En ook op het gebied van topsportbeleid is er nog een lange weg te gaan voor Nederland.
Medaillevoorspellingen voor Olympische Spelen zijn niet nieuw. Al jaren zet het Amerikaanse tijdschrift Sports Illustrated een team van kenners in om medailles te voorspellen op basis van favorieten voor de verschillende onderdelen. Sinds enkele jaren zijn daar ook wetenschappers bij gekomen die op basis van econometrisch modellen die rekening houden met de historische successen tijdens de Spelen, de bevolkingsomvang, het inkomen per hoofd, de resultaten van recente wereldkampioenschappen en thuisvoordeel van deelnemende landen proberen te voorspellen hoe goed een land gaat presteren. Tot en met de Spelen in Turijn waren deze modellen nog niet zo ver ontwikkeld, de inhoudelijke kenners van Sports Illustrated kwamen dichter bij het uiteindelijke resultaat. In Peking voorspelden Kuper en Sterken echter ineens beter dan Sports Illustrated. Zou hun economische model zo goed aansluiten op de bepalende factoren in topsport? Lees meer.
vrijdag 28 mei 2010