Waar een klein land groot in wil zijn. Volgens velen zal het een onmogelijke opgave zijn voor een klein land als Nederland om ooit nog de Olympische Spelen te organiseren. Toch lijkt het Olympisch Plan veel bijval te krijgen, vooral door de opvallende strategie die gekozen is. Waar in de meeste landen de Spelen pas gaan leven als er een bid gemaakt wordt, werkt Nederland op een veel langere termijn. De Hanzehogeschool Groningen vindt dat zij met het Instituut voor Sportstudies hier een belangrijke verantwoordelijkheid in heeft. Maar zijn de Olympische Spelen in Nederland realistisch? Vaak wordt er verwezen naar een ander klein land qua inwonersaantal, Australië, dat het ook voor elkaar kreeg. Hierbij is echter een kritische noot op haar plaats.
Juist door de aanpak die gekozen is, met acht Olympische ambities gericht op de lange termijn (zie kader), kunnen de hogescholen in Nederland een grote bijdrage leveren. De topsporters van 2028 komen nu in het basisonderwijs. De vakleerkrachten die nu afstuderen kunnen dus nog een belangrijke invloed op deze kinderen hebben. Maar de bijdrage kan verder gaan dan alleen het verbeteren van het bewegingsonderwijs. De coaches die nu opgeleid worden komen dan wellicht in een fase van hun carrière dat zij topsporters begeleiden. De sportmanagers die nu afstuderen zullen in 2028 de spelen moeten organiseren. Naast onderwijs speelt een hogeschool ook een belangrijke rol als kennisinstelling. Door te participeren in projecten en onderzoeksprogramma’s kan bijgedragen worden in de verschillende Olympische ambities. Lees meer.
vrijdag 7 mei 2010