Home / weblog / sportmanagement / side-events toegevoegde waarde?
Met het Olympisch Plan 2028 heeft Nederland de ambitie uitgesproken om meer topsportevenementen te organiseren. Om dit te realiseren werkt het NOC*NSF aan een evenementenkalender. Zo probeert men te voorkomen dat er steden met elkaar gaan concurreren voor een bepaald bid, ook kan voorkomen worden dat wij bijvoorbeeld drie grote wielerronden in één jaar hosten, waardoor we de jaren hierna waarschijnlijk voorlopig droog staan. Een andere doelstelling van het Olympisch Plan is verhogen van de breedtesportparticipatie. Maarten van Bottenburg ontkrachtte jaren geleden al dat topsport niet de breedtesportaanjager is zoals veel mensen verwachten. Toch worden vrijwel alle grote topsportevenementen vergezeld van side events die gericht zijn op breedtesport of participatie. Zijn deze side events van toegevoegde waarde, of kunnen wij topsport en breedtesport beter geheel van elkaar scheiden?
Side events
Tijdens grote topsportevenementen zijn er altijd partijen die dit als een kans zien om kleine evenementen te organiseren rondom het topsport evenement. Neem als voorbeeld de start van de Vuelta in Drenthe. Naast de proloog op het TT-circuit werd er een groot breedtesportevenement georganiseerd in de vorm van een toertocht met 10.000 deelnemers. Ook was er op het middenterrein een sportstimuleringsevenement Sportvalley, georganiseerd door SportDrenthe. Daarnaast waren er jeugdwedstrijden en dikke banden races. De omliggende dorpen organiseerden ook verschillende evenementen. Dergelijke evenementen vergroten niet alleen de sociale impact, maar ook de economsiche impact van evenementen. Dit is echter niet altijd vanzelfsprekend. Vooral sportstimulerende side events worden niet vanzelfsprekend een succes.
Een onderzoek uitgevoerd door Egbert Oldenboom bij het WK voetbal tot 20 in 2005 heeft ook de keerzijde van dergelijke evenementen laten zien. Ook hier werd het doel gesteld om kinderen rondom het evenement aan het bewegen te krijgen. Budget van meer dan € 100.000 voor side events bij een speelstad waren geen uitzondering. Of de breedtesport hiermee gestimuleerd is, blijkt enorm moeilijk te evalueren. Onderzoek wees echter uit dat in de verschillende steden tussen 50 en 80 % van de mensen zich geen enkel side event wisten te herinneren. Ook bleek dat de side events geen belangrijke rol speelden bij het verkrijgen van draagvlak voor de evenementen. Het doel om de burgers actief bij het evenement te betrekken werd geenszins behaald.
Ervaring
Sportstimulering via topsportevenementen blijkt nog niet zo eenvoudig. Ervaring leert dat het zelfs met de deelname nog wel eens tegenvalt. Verschillende provinciale sportraden zijn inmiddels gestopt met instuif evenementen. Ook moet het niet eenmalig zijn. Het topsport evenement kan een leuke aanjager zijn om via scholen aandacht aan een bepaalde sport te besteden. Als er op school een traject gestart wordt, waarvan de finale tijdens het evenement plaatsvindt, dan blijkt dit erg waardevol. Dit kan zelfs bezoekers opleveren die anders niet bij het evenement gekomen waren. Een ander belangrijk aandachtspunt is communicatie. Juist de meest praktische zaken, zoals bewegwijzering, laten wel eens te wensen over.
Kritische succesfactoren voor side events zijn het inspelen op de behoeften van de bezoeker en een goede communicatie. Mensen moeten van tevoren weten dat andere evenementen te bezoeken zijn. In het geval van de toertocht rond de Vuelta is dit duidelijk zichtbaar. Hier was vooraf veel communicatie en de toertocht was van tevoren al volgeboekt. Hierbij werd ingehaakt op de populariteit van dit soort evenementen, zoals de jaarlijkse Amstel Gold Race en Limburgs Mooiste, waar ook duizenden mensen aan deelnemen.
Onderzoek
Waar Van Bottenburg aantoonde dat successen van topsporters geen blijvende invloed hebben op de breedtesportparticipatie binnen deze sport, blijft het de vraag of een groot topsportevenement hier ook niet toe in staat is. Grote breedtesportevenementen lijken een aanjager te zijn voor de deelname, ook voor en na het evenementen. Zou dit ook kunnen gelden voor een evenement als de Vuelta? Het instuif side event lijkt in ieder geval geen rendement op te leveren. Wat daadwerkelijk wel succesvol is, is nog relatief weinig onder de loep genomen. Juist door vergelijkbare evenementen met elkaar te vergelijken kan ook dit aspect van een topsportevenement verbeterd worden. De koppeling van topsport en breedtesport die elkaar versterken blijft lastig, maar is wel zeer de moeite waard om mee aan de slag te gaan.
Bron:
Egbert Oldenboom (2005), Evaluatie Nexxt 2005.
NOC*NSF (2009), Olympisch Plan 2028.
Maarten van Bottenburg (2004), Verborgen competitie.
Hans Slender
Gepubliceerd in Sport & Strategie