Home / weblogsportmanagement / Professionalisering in de sport

Professionalisering in de sport

Sport management - professionaliseringIn de Verenigde Staten en Australië is sportmanagement al meer dan dertig jaar een gerespecteerd vakgebied. De manier waarop daar de sport georganiseerd wordt verschild weinig van de manier waarop een bedrijf geleid wordt. Commercie en sport gaan vaak hand in hand. In Nederland wordt er al snel gedacht aan louche zaakwaarnemers of goedwillende sportbestuurders. Een professional die werkt in de sport? Twijfelachtig. Maar er zit verandering aan te komen. Sinds eind jaren negentig zijn de eerste sportmanagement opleidingen op HBO gestart. Inmiddels zijn er al 17 opleidingen op dit niveau om als professional in de sport aan het werk te gaan. Moeten wij serieus rekening gaan houden met sport als bedrijfstak? En welke rol speelt de wetenschap in dit geheel? Begin januari verzorgde Hans Slender van HR Sport een gastcollege aan het Hanze Instituut voor Sportstudies met dit onderwerp. Hieronder een korte weergave van enkele naar voren gebrachte statements.

Sport management - professionaliseringSportmanagement is het academische vakgebied dat de sport industrie analyseert. De definitie van sportmanagement volgens Parkhouse is de studie en uitvoering met betrekking tot alle mensen, activiteiten, organisaties en bedrijven betrokken bij het produceren, faciliteren, promoten en organiseren van producten in sport, fitness en recreatie. Onder sportproducten kunnen goederen, services, mensen, plaatsen en ideeën worden verstaan. Het vakgebied is dus erg breed gedefinieerd, zodat het profiel van een sportmanager vaak bol staat van algemeenheden. De competentieprofielen van de huidige opleiding voor sportmanagement staan bol van kreten als managen, organiseren, ondernemen, onderzoek, adviseren, enz. Eigenlijk het standaard profiel van een bedrijfskundige of econoom. Het is dus de vraag wat deze sportmanagers te bieden hebben, wat de reguliere business student niet te bieden heeft.

Sport is een vakgebied dat op veel vlakken wezenlijk verschilt van andere branches. Het meest opvallende aspect is dat vaak niet alleen de gecreëerde waarde er toe doet, maar ook de resultaten op de ranglijst of de medailles. Dit komt bijvoorbeeld goed naar voren bij de doelstelling van het NOC*NSF op het gebied van topsport: horen bij de top 10 van het medailleklassement tijdens de Olympische Spelen. De sport is echter geen kleine markt, die onderschat kan worden. In 2000 ging er in de markt van deelnamesport al 2,6 miljard Euro om. Inmiddels doet in Nederland 65 % van de mensen aan sport, een aantal dat alleen nog maar lijkt te stijgen. Ook het lidmaatschap van verenigingen, ondanks de individualisering, stijgt ook de laatste jaren nog steeds door. Sport is big business. Maar sport heeft ook andere unieke eigenschappen. Het kan een maatschappelijke waarde hebben als sociaal bindmiddel. Ook voor het ontwikkelproces van kinderen, het leren van normen en waarden, kan sport een rol spelen. En laten we natuurlijk het belangrijkste element van de laatste jaren niet vergeten: sport is gezond. Er wordt echter steeds meer gevraagd van mensen die actief zijn in de sport.

Sport management - professionaliseringNederland kent een unieke verenigingsstructuur. Dit is heel anders dan bijvoorbeeld de V.S. waar enkel via scholen of op commerciële basis gesport kan worden. Het voordeel van verenigingen is dat mensen sociaal actief raken bij een vereniging en dat de drempel laag blijft door de lage kosten van een lidmaatschap. In de prestatiemaatschappij waarin wij leven wordt er echter steeds meer waarde gehecht aan resultaten en kwaliteit. Verenigingen groeien om te kunnen overleven. Leden vragen steeds meer van bestuursleden. Er is zowel in de commerciële sport als verenigingssport vraag naar managers met specifieke kennis van de sportbranche. De vele sportmanagementopleidingen lijken gerechtvaardigd.

Hoe anders is het binnen de grote sportorganisaties en bonden. Deze wereld bestaat uit twee kampen. Aan de ene kant de academici, die later de stap naar de sport gemaakt hebben. Ondanks dat zij geen opleiding hebben in de sport, kunnen zij wel een affiniteit aantonen. De studieachtergrond lijkt er minder toe te doen, het gaat om het denkniveau. Voorbeelden? Henk Kesler (KNVB) studeerde rechten aan de R.U.G., John Jaakke (Ajax) deed dezelfde studie aan de V.U., Hein Verbruggen (UCI) studeerde aan Nijenrode en Wouter Huibregtsen (ex-NOC voorzitter) die na zijn studie technische mechanica via McKinsey in de sport terecht kwam. De tweede route om aan de top in de sport te komen is zelf in de absolute top gewerkt te hebben. Dit kan als actieve sporter: zwemster Erica Terpsta (NOC), judoka Anton Geesink (IOC) en voetballer Martin van Geel (Ajax). Een tweede optie is via de weg van topcoach: volleybalcoach Joop Alberda (o.a. NOC), voetbalcoach Jan Reken (PSV) en volleybalcoach Toon Gerbrands (AZ). Waar de eerste groep het van een hoog denkniveau moet hebben, heeft de tweede groep juist veel ervaring en netwerk in de sportwereld. Ook biedt een ‘bekende kop’ natuurlijk veel ingangen.

Sport management - professionaliseringHet devies om in de absolute top van de sport te gaan werken lijkt zelf topsporten of carrière maken in bedrijfsleven of politiek en dan overstappen te zijn. Al is het afwachten of de specifiek opgeleide professionele sportmanagers met de jaren niet deze stap kunnen gaan maken. In de V.S. wordt al jaren herkend dat het vermarkten van een sportorganisatie heel anders is dan een bedrijf of industrieel product. Maar is het onderscheid kunnen maken tussen de intrinsieke waarde en de maatschappelijke waarde van de sport, of segmenteren naar sporters, supporters, sponsoren/media en samenleving, voldoende om zich te onderscheiden van gewone marketeers, managers en economen? Het lijkt nog maar zeer de vraag.

Sport spreekt zeer tot de verbeelding. Alle opleidingen op sportgebied, zowel MBO als HBO, kunnen rekenen op grote aantallen studenten. Of er echter voor al deze mensen plaats zal zijn op de arbeidsmarkt, is nog enigszins de vraag. Het vakgebied en de wetenschap sportmanagement staan in Nederland nog in de kinderschoenen. De hoeveelheid wetenschappelijke publicaties binnen de sport is nog steeds gering. Wel zie je in Nederland steeds meer sportadviesbureaus, sportevenementbureaus, maar bijvoorbeeld ook professionele verenigingsmanagers. De professionalisering lijkt door te zetten. Nu noch wachten tot de sportmanager ook de top van de sportwereld berijkt.

Bronnen:
Broeke, A.H. (2002). Basiscompetenties van de sportmanager.
Pitts, B.G., L.W. Fielding & L.K. Miller (1994) Industry segmentation theory and the sport industry.
Parkhouse, B. (1998). The Management of Sport.
Vander Zwaag, H. (1988). Policy development in sport management.


Hans Slender
Het gehele artikel werd gepubliceerd in
Sportfacilities Magazine nr. 9 uit 2005


Sportblog - Training: Stevens over cultuurHuub Stevens over het omgaan met cultuur
9 maart 2007 - Hans Slender
Huub Stevens tijdens zijn periode bij Roda JC over de verschillen tussen werken in Duitsland en Nederland en met een divers team.