Home / weblog / training / conditietraining bij de jeugd van FC Utrecht
Conditietraining bij de jeugd van FC Utrecht
Een Braziliaanse jongen die werkt als conditietrainer bij FC Utrecht, een opvallend verhaal. FC Utrecht staat bekend om hardwerkende spelers. Conditioneel moeten deze spelers dus wel goed zitten. Ik sprak met Alessandro Schoenmaker over de periodisering bij de jeugd. “Bij FC Utrecht wordt hoge eisen gesteld aan de conditie, omdat er door het publiek veel pressie en duelkracht verwacht wordt”, aldus Schoenmaker. In de periodisering wordt er dan ook rekening gehouden met de speelstijl van FC Utrecht.
“Periodiseren is voor mij het maken van een planning voor het hele seizoen met een bepaalde doelstelling. Deze doelstelling op korte en lange termijn komt voort uit de beginsituatie van de speler en groep, beschikbare tijd en accommodatie. Elke trainer moet een trainingsplan voor ogen hebben waar de spelers ook achter staan. Bij de jeugd is een veelzijdige sportmotorische basisontwikkeling belangrijk. Je begint met algemene trainingsmethodes en je gaat naar veelzijdige trainingsmethodes. Hierbij maak je een macroplanning (jaar), mesoplanning (maand) en dagplanning. Verder werk je van algemene motorische vaardigheden naar specifieke vaardigheden. Er zijn veel trainers die een standaard periodiseringsmodel gebruiken. Je houdt dan echter geen rekening met het verschil tussen een senior en een B-junior, of een amateurclub en een profclub. Een periodisering is een planning en niet een kookboek, dat klaarligt en voor iedereen hetzelfde is. Elk jaar moet je de periodisering aanpassen aan de doelstelling en aan de spelersgroep.”
“Veel clubs werken met een periodiseringscyclus van zes weken. Andere clubs werken uit de losse pols en doen nog steeds veel op gevoel. Ook in Brazilië wordt er veel op gevoel gewerkt. Bij FC Utrecht werken we in een cyclus van vier weken. De eerste drie weken van de cyclus zijn opbouwweken en de vierde week is een herstelweek. Tijdens de voorbereiding maken wij een periodisering in grote lijnen. Wij bepalen de momenten van de oefenwedstrijden, de duur van de training, de intensiteit, de rust en de methode. Daarbij kan de trainer zelf invullen binnen zijn doelstelling, welke oefenstof hij kiest. De eerste vijf weken van het seizoen vormen de voorbereiding, daarna moeten de trainers hun eigen weekprogramma’s maken. De rest van het seizoen is er één conditionele training en een individuele training. Daarnaast verzorgen de trainers technische- en tactische trainingen. In de voorbereiding ligt de invulling meer vast, want dan doen we ook snelheidsvoorbereidende vormen en algemene lichaamsoefeningen.”
“Eén keer in de week krijgen alle jeugdteams conditietraining. Daarnaast is er de mogelijkheid tot een individuele training. Deze individuele training wordt per team gegeven. Er zijn dan hooguit tien jongens die extra aandacht aan een bepaald aspect moeten besteden. Elke week komt er een andere groep. Thema’s kunnen bijvoorbeeld startsnelheid, wendbaarheid of sprongkracht zijn. Als een speler extra aandacht voor een bepaald onderwerp nodig is, dan krijgt hij individuele training. Elke week werken we tijdens de individuele training met een andere groep, maar sommige spelers komen vrijwel elke week, als dit nodig is. De groepjes worden gemaakt aan de hand van wedstrijdanalyses en testen. Wij bekijken zelf wedstrijden, maar samen met de trainer wordt besloten of iemand extra moet komen trainen. De spelers worden elke drie maanden getest op verschillende conditionele vaardigheden. Hier wordt een verslag van gemaakt en dit wordt ook meegenomen in de beslissing of iemand individuele training nodig is. De individuele training duurt ongeveer een half uur tot drie kwartier, omdat de spelers daarna nog met hun team moeten trainen.”
De trainingen aan het begin van het seizoen beginnen met het opbouwen van de herstelcapaciteit. Hierdoor kan het prestatievermogen over een langere tijd worden vastgehouden en dit vormt het fundament waarop andere vormen van uithoudingsvermogen kunnen worden gebouwd. “De herstelcapaciteit kan je trainen in een extensieve en intensieve vorm. Extensief is met een hartslag van rond de 160 slagen per minuut en intensief met 170-180 slagen per minuut. Dit kan je training in voetbalvormen, maar ook in de vorm van een duurloop of een tempoloop. Daarnaast begin je met snelheidsvoorbereidende vormen, algemene coördinatie en algemene lichaamsoefeningen. De snelheidsvoorbereidende vormen beginnen wij met lange afstanden, van ongeveer 100 meter, te beginnen met 60 %. We maken de afstanden steeds korter en de intensiteit gaat omhoog. Pas in de vierde week van de voorbereiding komen we uit bij het herhaald kort sprintvermogen. Je werkt dan van herstel capaciteit naar explosieve capaciteit.”
“Ik vind dat je niet te snel moet beginnen met het echte sprintwerk. De eerste trainingen kan het lichaam dit nog niet aan. Op het moment dat je explosieve capaciteit gaat trainen, moet het lichaam in staat zijn te herstellen van korte sprintjes. Je moet dus eerst over herstelcapaciteit beschikken, voordat je overgaat op de explosieve capaciteit. Daarom hebben we in de voorbereiding gekozen voor vier weken opbouw en dan een rustige week. Als je meer tijd zou hebben, kan je acht weken voorbereiding doen, maar meestal is dit niet mogelijk. De specifieke conditietrainingen geven wij alles zonder bal. In een wedstrijd raakt een speler ongeveer één keer per twee minuten de bal, waarom zal je dan in de training alles met de bal moeten doen? Je moet trainen met en zonder bal, want dit hoort allebei bij het voetbal. Je kunt niet alle fysieke eigenschappen met een positiespel of een partijspel trainen. Van een positiespel wordt je niet sterker of sneller. Met de bal kan je nooit op 100 % sprinten, de bal remt altijd af.
“Wij werken altijd van algemeen naar specifiek. Aan het begin van het seizoen doe je algemene krachttraining, algemene coördinatie, algemeen uithoudingsvermogen en algemene snelheid. Daarna ga je pas sportspecifiek trainen. De voetbalvormen die je wel aan het begin van het seizoen doet zijn in lage intensiteit. De spelers zijn er dan nog niet aan toe op specifiek in overload te trainen. De partijen vinden in de voorbereiding plaats in grote ruimtes, met beperkingen van het aantal keren raken, zodat ze niet te veel in duels komen. Tijdens de vierweekse cyclus tijdens het seizoen worden de verschillende systemen systematisch getraind. Alles komt dan terug tijdens de trainingen. Sommige oefeningen zitten in onze conditietrainingen, maar er zitten ook conditionele elementen in de voetbaltrainingen. Als je tijdens een technische training een 1 tegen 1 vorm doet, dan train je meteen ook de duelkracht. Alle conditionele eigenschappen worden systematisch getraind binnen de cyclus, waarbij zowel voetbalvormen als niet-voetbalvormen gebruikt worden. Hierbij komen bepaalde accenten vaker voor dan andere. Het kan natuurlijk nooit zo zijn dat je één keer in de zes weken snelheidstraining doet, dat is veel te weinig. Wil het zin hebben, dan moeten bepaalde zaken vaker terug komen en andere zaken minder vaak. Snelheid, coördinatie en kracht moeten elke week getraind worden, anders krijg je een terugval.”
Hans Slender
Het gehele artikel werd gepubliceerd in
TrainersMagazine nr. 3 van 2005
Peter Murphy over Totaalcoachen met Action Type
30 oktober 2007 - Hans Slender
Wij spraken met NOC*NSF topsportmanager Peter Murphy over het mede door hem ontwikkelde mentale coachings middel, Action Type.