Home / weblogtraining / invloed topsporters op de jeugd

De invloed van topsporters op de jeugd

HR Sport - Sportblog - Training: Helden als voorbeeld voor de jeugdIedereen kent de beelden van handtekeningen jagende kinderen achter topsporters aan. Dit zijn beelden van alle tijden. Binnen het voetbal heeft dit altijd erg geleefd, binnen deze sport lopen veel kinderen met de naam van hun held op de rug. Soortgelijke dingen zie je ook in het (NBA) basketbal, honkbal en wielrennen. De jonge sporters willen allemaal David Backham, Lance Armstrong of LeBron James zijn. Vooral de kinderen tussen 4 en 12 jaar lijken erg beïnvloedbaar voor topsporters. Reden genoeg om op onderzoek uit te gaan en te kijken wat de invloed is van topprestaties op de desbetreffende sport in het geheel en op onze jongste spelers in het bijzonder. Hoe kan de heldenvering door jonge sporters worden verklaard? En hoe kunnen verenigingen inspelen op het imitatiegedrag van de jonge deelnemers?

Het onderzoek naar imitatiegedrag is in de psychologie een bekend fenomeen. Veel onderzoeken richten zich echter op de negatieve gevolgen hiervan. De meeste onderzoeken gaan over de gevolgen van geweld op tv, ruziënde ouders en kinderen die door bepaalde stoornissen achterlopen op dit gebied. De meerderheid van de kinderen leren in hun kinderjaren wat wel en niet mag. Dit is vaak door straf en beloning. Als kind is het beeld van de ouders zeer belangrijk. Zij zijn een voorbeeldfunctie. Op een dergelijk jonge leeftijd ontstaat een imitatiegedrag. De kinderen gaan de handelingen van hun ouders nadoen. Wanneer ze naar het lager onderwijs gaan, komen hierbij vaak andere voorbeelden bij. Denk hierbij niet alleen aan hun meester of juf, maar zeker ook televisiehelden en sporthelden. Zelfs een trainer bij de plaatselijke sportvereniging is een belangrijk voorbeeld voor jonge kinderen. Het overnemen van het gedrag van hun voorbeelden is voor deze kinderen aan de orde van de dag en de vereniging en de coaches moeten hier dan ook bewust mee omgaan.

Er zijn verschillende zaken die een grote rol spelen in het opgroeien van jonge kinderen. Enkele voorbeelden zijn de behoefte aan veiligheid in het materiële, emotionele en geestelijke vlak; de behoefte ergens bij te horen, deel te zijn van een groep; de behoefte om iets te maken; de behoefte aan weten en begrijpen; de behoefte om te beminnen en bemind te worden en ook de behoeften aan heldenverering. Door de grote media-aandacht die de sport tegenwoordig geniet, is een topsporter een veel gekozen held. Denk niet alleen aan de shirtjes met een naam achterop, maar ook aan handtekeningen verzamelen en posters boven het bed. Richte Lommert, expert op het gebied van gedrag en communicatie erkent de inspirerende werking van helden. “Voor sommigen is hun vader een held, anderen hebben op hun kamer foto’s hangen van filmsterren of sporthelden. Helden kunnen inspireren omdat van een gewone foto magnetische gedachten op u inwerken. Maar u zult daarbij zich ook moeten inleven in de handelingen van uw held. De wijze waarop een filmster een sigaret opsteekt, wordt geïmiteerd en vaak willen jonge meisjes hetzelfde kapsel hebben als hun heldin”. Hetzelfde geldt natuurlijk voor jonge sporters die het gedrag van hun helden overnemen. Jonge tennissers imiteren het spel van Federer of Nadal, jonge zwemmers willen een vlinderslag kunnen zwemmen als Inge de Bruin, voetballers willen de traptechniek van David Beckham imiteren en de jonge wielrenners willen met een ligt verzet als Lance Armstrong fietsen.

HR Sport - Sportblog - Training: Helden als voorbeeld voor de jeugdMariska Broer heeft als afstudeerscriptie van de opleiding Middelbaar dienstverlenings- en gezondheidszorg-onderwijs (MDGO) onderzoek gedaan naar de invloed van tv-geweld op kinderen. Hierin komt ook de negatieve kanten van de sport op televisie aan bod. “Een ander gevaar met sportgeweld is dat het zeker voor jonge kinderen een voorbeeld functie heeft. Want zij kunnen zich immers gemakkelijk identificeren met hun sporthelden. En ze kunnen daarbij in het echt na gaan doen op hun eigen sportclub, wat zij hun helden op televisie bij studio sport ook hebben zien doen. Van studio sport kan elke jongen leren dat het ‘professioneel’ is om een tegenstander die dreigt door te breken onder uit te halen, op voorwaarde dat dit buiten het strafschopgebied gebeurt. Volgens Travis (1988) bevordert de televisie een ‘winnen tot elke prijs mentaliteit’. Ook een belangrijke factor is wat voor commentaar de verslaggevers geven tijdens sportuitzendingen. Hoe zij reageren op het overtreden van de regels of de agressie tussen de beide voetbalteams onderling. Maar er is nog geen onderzoek gedaan naar analyses van de sportverslaggeving op de (Nederlandse) televisie.

Wat is nu werkelijk dat invloed van grootse sportprestaties op de sportbeoefening in de breedte sport. Sportsocioloog Maarten van Bottenburg onderzocht in zijn boek ‘Verborgen competitie’ (2004) de invloed van topsportprestaties op het ledenaantal van de sportbonden. “Het veronderstelde effect is begrijpelijk. Topprestaties brengen een enorm enthousiasme teweeg. Ze krijgen aandacht van de media, zijn voorwerp van reclame en onderwerp van allerdaagse gesprekken. De vraag is of deze topprestaties het publiek daadwerkelijk aanzetten tot sportparticipatie. Dit is echter zelden het geval.” Het is te verwachten dat na de vele kampioenschappen van Ard Schenk en Kees Verkerk de schaatssport een enorme groei doormaakte. Hetzelfde geld voor de Olympische volleybalploeg in Atlanta, de successen van Bettine Vriesekoop (tafeltennis) en de Europese voetbaltitel in 1988. “Voor zover in de besproken kampioenschappen sprake bleek van enig effect, ging dit om een lichte extra groei op korte termijn.” Uitzonderingen zijn de relatief nieuwe sporten waarin successen behaald worden. Denk hierbij aan de judosuccessen van Anton Geesink en de dartssuccessen van Raymond van Barneveld, welke wel grote ledentoenamen veroorzaakten. Maar deze groei kan ook worden toegeschreven aan een versnelde verspreiding van deze nieuwe sporten door de grote media-aandacht.

“Dat de ledenontwikkeling op de langere termijn niet door het optreden van kampioenen kan worden verklaard, is ook wel begrijpelijk. Topsporters weten als geen ander hoe vergankelijk de euforie van het succes is. Na de opwinding over de topprestatie in het ene sportevenement is er al weer de teleurstelling over het andere. Bovendien blijft de aandacht van publiek en media niet lang op één sport gericht. Meer dan een ‘Ard-en-Keesie-effect’ lijkt er sprake te zijn van een omgekeerd verband: na of gedurende een periode van sterke uitbreiding van het ledenaantal in een bepaalde tak van sport, is de kans groter dat een internationaal kampioenschap kan worden behaald.” Het ledenaantal van de verschillende bonden neemt dan wellicht niet toe door grootse sportprestaties, het enthousiasme van de mensen wel. Een groot sportkampioenschap houdt miljoenen mensen in hun greep. Dit enthousiasme blijkt echter zeer vergankelijk te zijn.

Bewegingen
De verschillende onderzoeken maken duidelijk wat veel mensen eigenlijk wel al wisten, jonge sporters trekken zich op aan voorbeeldfiguren en proberen hun gedrag te imiteren. Dit geldt dan vooral voor de sporten waar zij al interesse in hebben, want grote topsportprestaties beïnvloeden de ledenaantallen van de verschillende bonden nauwelijks. Dergelijke prestaties of juist veel media-aandacht kan een jonge sporter wel enthousiaster maken. Als trainer is het mogelijk om jonge voetballers te motiveren door te verwijzen naar de helden van deze spelers. Een voorbeeld hiervan is trainingsgoeroe Wiel Coerver die bepaalde schijnbewegingen de naam gaf van bekende topvoetballers. Het is hierbij belangrijk om in te spelen op de actualiteit. De Cruijff-beweging zal de spelertjes minder aanzetten tot oefenen dan de Zindane-shuffle, omdat zij Cruijff deze beweging nooit zelf hebben zien maken. Binnen het turnen is het altijd al gebruikelijk geweest om een bepaalde beweging te vernoemen naar de sporter die hem bedacht heeft. Het nadeel is ook hier dat de jonge turners zich niet kunnen identificeren met een turner die veertig jaar geleden een beweging bedacht.

HR Sport - Sportblog - Training: Helden als voorbeeld voor de jeugdWaar vroeger voornamelijk plaatselijke helden vereerd werden door jeugdspelers, zijn het tegenwoordig de internationale sterren. Volgens Jan Tollenaar, die de sport en de lichamelijke opvoeding onderzoekt (2004), is de globalisering ook van invloed op het heldendom in de sport. “De mediaverhalen die de slotscène kenmerken, functioneren als eigentijdse mythologieën en zijn op vele vlakken vergelijkbaar met mythologieën uit de klassieke oudheid. De mythologische betekenissen, de ideologische boodschappen en de heldenrollen zijn vaak specifiek voor bepaalde landen, hoewel de globalisatie op dit vlak snel terrein wint, zoals blijkt uit de vergelijkende studie van vedetten in Zuid-Korea en in de Verenigde Staten. Veel hangt uiteraard ook af van de aard van de populaire cultuur in kwestie en de aard van de sport.” Met een wereldwijd verbreide sport als voetbal is de invloed van internationale sterren als Ronaldinho en David Beckham inmiddels vergelijkbaar als van nationale sterren als Ruud van Nistelrooij en Arjen Robben. Bij minder internationaal georiënteerde sporten als schaatsen, korfbal of hockey, waarbij Nederland met slechts een klein aantal landen aan de top staat, zal vooral de Nationale held tot de verbeelding spreken.

De jongste sporters tussen de 4-12 jaar zijn zeer individualistisch ingesteld en leven nog grotendeels in een fantasiewereld. Dit kan je als trainer proberen te veranderen in een gedisciplineerd trainingsmilieu als bij de senioren of je kunt het accepteren en er op inspelen. Bepaalde zaken is voor een volwassene moeilijk te accepteren. Neem een willekeurige jeugdtraining terwijl er een luchtballon overvliegt. De training kan hierdoor eenvoudig 10 minuten ontregeld zijn. Je kunt hier kwaad over worden of hier op inspelen. Als je de training stil legt en de sporters twee minuten de tijd geeft om naar de ballon te kijken, dan is het nieuwe en spannende er wel weer af. Dan kunnen ze daarna weer volledig op de training concentreren. Inspelen op het heldendom kan ook een goede manier zijn om de spelers te motiveren. Als je een wedstrijdvorm zo weet te vertalen dat de spelers het idee hebben de belangrijkste wedstrijd van het jaar te spelen, dan zullen zij alles geven. Geef de voetballers het gevoel dat een trainingspartijtje een Champions League finale is, geef de wielrenners het gevoel dat het laatste rondje op de wielerbaan het laatste rondje Champs-Élysées is of zwemmers de vijftig vrij zwemmen op de Olympische Spelen.

Volgens Tolleneer is de afstand tussen de topsporters en de gewone sporter steeds groter geworden, maar de technologische ontwikkelingen zijn hiervoor de oplossing. “De onderlinge verschillen en de afstand tussen de atleet enerzijds en de toeschouwer anderzijds zijn vergroot door de mediatisering en de commercialisering. D.A. Hempill van de Australische Victoria University of Technology ziet in nieuwe technologieën zoals virtuele realiteit een mogelijkheid om de toeschouwer weer dichter bij de sport te betrekken.” Vooralsnog moeten wij het doen met videobeelden, hetgeen vaak al meer zegt dan enkel woorden. Er zijn vele creatieve manieren denkbaar om spelers te prikkelen, inspelen op zijn heldenverering en imitatiegedrag is door één van. De commerciële kledingmerken hebben dit al jaren geleden gerealiseerd, het is aan de vereniging om hier ook wat mee te doen. Met of zonder technologieën, in een maatschappij waarin de kinderen steeds minder bewegen, is het belangrijk dat de vereniging alle middelen aangrijpen om de kinderen het plezier in de sport te laten behouden. Als identificatie met de topsporter hier een middel voor is, dan is het zeker de moeite waard om hier mee aan de slag te gaan.

Hans Slender
Weergave presentatie gepubliceerd in
Sportfacilities Magazine nr. 2 van 2006


Sportblog - Sportmanagement: Tourstart zonder gele trui dure beslissingTourstart zonder gele trui dure beslissing
6 juni 2007 - Hans Slender
De Tour de France ging dit jaar van start zonder gele truidrager. Sportmanager Hans Slender schreef een artikel over de gevolgen.