Home / weblog / sportbeleid / Carole Thate
Carole Thate over de visie van de
Johan Cruyff Foundation
Johan Cruyff werd deze week 60 jaar. Daarbij stilstaand dacht ik aan het interview dat ik had met Carole Thate van de Johan Cruyff Foundation (JCF) zo’n twee jaar geleden. Het is leuk om even terug te kijken waar deze foundation voor staat en hoe een ex-hockeyinternational hier terecht kwam. Toen ik haar sprak was oud-hockey international Carole Thate al zes jaar directeur van de foundation, die sterk groeiende is. De JCF heeft inmiddels een belangrijke plaats in de sportwereld veroverd. En zij die dit het hardste nodig hebben zullen hier het meest van profiteren. Carole Thate over hun visie en over wat we van de JCF kunnen verwachten.
“Het doel van Johan Cruijff was om wat terug te doen naar de sport, met name naar de jeugd. Hierbij richten wij ons voornamelijk op de jeugd die wel een steuntje in de rug kunnen gebruiken, zoals gehandicapte kinderen of kinderen in een minder kansrijke omgeving. Cruijff werd als sporter en later als trainer vaak gevraagd door stichtingen of goede doelen. Op een gegeven moment merk je dan dat je jezelf niet in honderd delen kan delen. Je wilt overal je steentje wel aan bijdragen, maar dat is fysiek onmogelijk. Helaas wordt er dan ook nog wel eens misbruik gemaakt van je naam en je bekendheid. Door het oprichten van deze stichting heeft Cruijff zijn naam en merk beschermd en draagt hij continu een steentje bij aan de sport. De doelstelling van het ondersteunen van sportprojecten voor al dan niet gehandicapte kinderen wordt inmiddels wel wat breder. Ook de jeugdsport in het algemeen proberen wij te ondersteunen, maar veruit de meeste projecten zijn gericht op de gehandicapte jeugd. De laatste tijd zijn ook de Cruyff Courts steeds belangrijk geworden.”
“Momenteel merk je dat de kinderen in Nederland steeds minder bewegen en dat er steeds meer te dikke kinderen komen. Wat dat betreft gaan we een beetje de Verenigde Staten achterna. De Cruyff Courts kunnen hier een bijdrage tegen leveren. Veel van deze trapveldjes worden geplaatst in wijken waar de jeugd het moeilijk heeft en wel een extra-tje kunnen gebruiken. Andere worden geplaatst in gemiddelde woonwijken, waar het veldje preventief kan werken tegen overgewicht en kinderen kan aanmoedigen om aan sport te gaan doen. Hierbij zoeken we altijd naar wijken waar veel jeugd leeft, veel sportbehoefte is en weinig sportmogelijkheden zijn. Over het algemeen plaatsen we deze velden in de grotere steden. Door de verstedelijking zijn de mogelijkheden tot sporten afgenomen en daar proberen wij tegen in actie te komen.”
“Naast mijn hockeycarrière heb ik kinderpsychologie gestudeerd. Toen ik hoorde over de Johan Cruyff Foundation sprak de doelstelling mij erg aan. Ik heb vervolgens informatie opgevraagd wat de Foundation precies inhield. Hij bleek net te zijn opgericht en nog behoorlijk in de kinderschoenen te staan. Zij wilden gaan samenwerken met verschillende organisaties, maar echt concreet was het allemaal nog niet. Er lag nog niet echt een plan hoe ze hun doelstelling wilden gaan nastreven. Als gevolg van mijn interesse werd mij een baan aangeboden en zo ben ik erin gerold. Inmiddels zijn we uitgegroeid tot een zelfstandig opererende organisatie. Wij groeien elk jaar nog flink. We spelen een belangrijke rol voor de gehandicapte jeugd op het gebied van sport en deze rol zal enkel groeien de komende jaren.”
“Bij de Cruyff Courts brengen wij voor het eerst echt projecten aan. Het merendeel van de projecten waar wij bij betrokken zijn, spelen we een ondersteunende rol. We krijgen veel projectvoorstellen binnen van stichtingen en organisaties. Deze vragen ons om ondersteuning hetzij financieel, hetzij op een andere manier. Dit soort voorstellen zeg je ja of nee tegen. Met de Cruyff Courts bieden wij nu ook echt wat aan. We gaan nu zelf ook op pad om initiërend te zijn. Deze rol bevalt ons steeds beter en we zullen steeds minder afwachten en steeds meer initiërend gaan werken. Maar ook bij de Cruyff Courts gaat het beheer en het eigendom uiteindelijk naar de gemeente. Zij zijn verantwoordelijk en aansprakelijk voor het onderhoudt en de activiteiten. Zo zoeken we voor onze projecten altijd partners om jeugdsport te kunnen ondersteunen.”
“Bij bijna al onze overige projecten zijn sportbonden betrokken en op die manier ook weer de verenigingen. We zijn heel erg bezig met het stimuleren van sport op scholen. Hiermee proberen wij te bereiken dat deze kinderen uiteindelijk ook doorstromen naar de verenigingen.” Een voorbeeld hiervan is de landelijke G-voetbaldag. “Er zijn wat landelijke kleine initiatieven geweest, waaruit bleek dat er een behoefte bestond aan voetbal voor kinderen die lichamelijk of geestelijk beperkt zijn. Via deze kleine initiatieven die zijn gaan groeien, zijn wij bij de KNVB de behoefte gaan toetsen. Wellicht zijn er in verschillende regio’s voldoende gehandicapte kinderen die willen voetballen. Je hebt wel de G afdeling, maar vaak zijn dit volwassen mannen met een lichte verstandelijke beperking. We zijn toen met de KNVB gaan samenwerken om een project op te starten om hierin te voorzien. We hebben toen in verschillende regio’s mensen aan het werk gezet die verenigingen gingen ondersteunen in het opzetten van een jeugd G-afdeling. Zo hebben we geprobeerd van enkele kleine initiatieven één geheel te maken. Het resultaat zijn honderden kinderen die elkaar ontmoeten en aan deze sporten in verschillende evenementen.”
“De projecten moeten liefst wel een onderdeel van een groter geheel zijn. We stimuleren bijvoorbeeld wel bonden die zich voornamelijk richten op de valide sporters om er een gehandicapten afdeling bij te nemen. Maar door de financiële beperkingen die de sportbonden op dit moment hebben hangt de G-afdeling er vaak maar een beetje bij. Wij denken een ideale partner te zijn voor wellicht een aantal jaar, om de G-afdeling weer op te laten leven. Wel is het hierbij de bedoeling dat de bonden het uiteindelijk weer zelfstandig kunnen gaan overnemen.” Ook werkt de Foundation samen met de NEBAS/NSG om kinderen beter te laten omgaan met gehandicapte leeftijdsgenootjes. “We bieden een lespakket aan voor op school waarin kinderen informatie krijgen over gehandicaptensport. We hangen hier ook een activiteit aan. Dan gaat er met de valide kinderen bijvoorbeeld gerolstoelbasketbalt worden. Zo kunnen deze kinderen op een leuke manier kennis maken met kinderen met een beperking en dat alles via de sport.”
Project Criteria
1. Projecten dienen gericht te zijn op het stimuleren van actieve deelname van kinderen/jongeren in sport, spel en bewegingsactiviteiten.
2. Projecten dienen bij voorkeur gericht te zijn op minder kansrijke en/of gehandicapte kinderen/jongeren.
3. De voorkeur gaat uit naar projecten gericht op kinderen/jongeren beneden de leeftijd van 27 jaar.
4. Projecten dienen bij voorkeur gericht te zijn op een gezonde combinatie tussen onderwijs en sport.
5. Projecten dienen bij voorkeur gericht te zijn op het bevorderen van de integratie tussen gehandicapte en niet gehandicapte sporters.
6. Projecten dienen aan te sluiten op de behoeften en mogelijkheden van de kinderen/jongeren met als doel het bevorderen van hun geestelijk en lichamelijk welzijn.
7. Projecten ontvangen, bij voorkeur, niet al op grote schaal steun en subsidie.
8. De voorkeur gaat uit naar aanvragen met een lange termijn perspectief, met uitzicht op onafhankelijke voortzetting. Eenmalige steun is daarentegen wel mogelijk.
9. Organisaties en/of groepen die steun aanvragen dienen betrouwbaar en capabel te zijn. Zij dienen een inzichtelijke boekhouding te voeren en zowel financiële-, voortgangs- als ook evaluatierapportage aan de Cruyff Foundation uit te brengen.
10. De steun vragende organisaties en/of groepen dienen bij voorkeur ondernemend en actief betrokken te zijn bij het project.
Hans Slender
Weergave presentatie gepubliceerd in
Sportfacilities Magazine nr. 2 van 2005